In de woonkamer wordt op een boek een post-it met een b geplakt. De blauwe spijkerbroek moet er aan geloven en de beker krijgt ook een grote B. Het is de coronatijd. Drie nichtjes werken aan hun schoolwerk, omdat beide ouders moeten werken. Gezien ik in het onderwijs werk, heb ik nu tijd over. Ik vind het belangrijk deze tijd nuttig te besteden.

Het is wel heftig hoor. Oudere mensen kunnen nauwelijks de deur uit. Verschillende feesten en kinderverjaardagen gaan niet door. Dan de mensen die alleen zijn niet te vergeten. Iedereen heeft in deze tijd zijn eigen uitdagingen.

Regelmatig heb ik contact met mijn leerlingen. Ze zijn nieuwsgierig over hoe de komende tijd gaat verlopen en stellen honderduit vragen, waar ik helaas ook geen antwoord op heb. De laatste vraag is dan ook standaard; “wanneer mogen we weer naar school. Het is thuis niet te doen. Er is zoveel ruzie”. Gelaten hoor ik de verhalen aan. Ik heb het heel erg met ze te doen.

 

Zwaaiend lopen we voorbij

Deze tijd is voor iedereen moeilijk. Terwijl ik de moestuin weer bij vul met zaadjes, de ramen maar weer eens zeem en naar de vogeltjes kijk, denk ik aan alle eenzame mensen. Met mijn drie nichtjes ging ik op berenjacht. Op zoek naar beren achter het raam. Verschillende ouderen zaten bij hun beer te wacht tot er iemand langs liep. Zwaaiend lopen wij voorbij, de oudere iets te enthousiast, zwaait terug. Dan de mensen die alleen wonen, niet meer naar hun werk mogen en niemand meer zien. De telefoon draait overuren. Dankbaar ben ik dat ik getrouwd ben, samen met Maarten de dag doornemen en op de bank kruipen, met een kopje thee om een boek te lezen.

Ik word een beetje verdrietig van deze tijd. Onlangs de aanloop bij ons thuis, denk ik veel aan de verhalen van andere. Ik vind het moeilijk dat ik mijn leerlingen minder zie. Het idee dat ze nu op een plek zijn waar ze niet willen zijn. De plek waar ze altijd welkom zijn en naar ze geluisterd wordt is dicht. De zorg voor de leerlingen is er niet, behalve als er een crisis ontstaat. Maar wanneer is het crisis? Geldt de eenzaamheid ook als crisis?

De bijbel kent ook eenzaamheid

Tamar, de dochter van David, leeft in eenzaamheid nadat ze door haar broer Ammon verkracht is (2 Samuël 13, 20).
Elia heeft het gevoel er alleen voor te staan, omdat er niemand is met dezelfde ideeën en idealen als hij (1 Koningen 19, 10).
En Job moet zich heel alleen gevoeld hebben toen zijn familie en zijn vrienden hem niet begrepen in zijn ellende, en hem zelfs uitlachten (Job 13-22).
De dichter van Klaagliederen treurt waar wij nu ook over treuren. Jeruzalem en haar inwoners, de stad die zo levendig was, en nu eenzaam en verlaten (Klaagliederen 1, 1).

 

God is bij ons

Dankbaar ben ik dat ik weet dat God altijd bij ons is. Mijn hoop en gebed is dan ook dat de eenzamen dit ook mogen weten en voelen. Ik ben verwachtingsvol, want ik weet dat God deze tijd ten goede gaat gebruiken.

“Heer, U kent mij, U doorgrondt mij, U weet het als ik zit of sta, U doorziet van verre mijn gedachten. Ga ik op weg of rust ik uit, U merkt het op. Met al mijn wegen bent U vertrouwd.”
(Psalm 139, 1-3)

De komende tijd, als ik mijn boodschappen doe, of op berenjacht ben, ga ik op zoek naar de eenzame voor het raam om even te zwaaien. Als ik mijn leerlingen bel, neem ik uitgebreid de tijd voor ze, zodat ze nog steeds mogen weten dat ze altijd welkom zijn.

 

Wil je op de hoogte blijven?

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe blogs, evenementen en ander nieuws aangaande het project? Vul dan je e-mail in, en je ontvangt een wekelijkse update met alle nieuwtjes! 

Je gegevens zijn veilig en worden niet aan derden bekend gemaakt.

Geabonneerd - kijk uit naar de bevestigingsmail!