
James Bond
Eigenlijk ben ik geen grote fan van James Bond films: ten eerste komen er te weinig bruiloften in voor en ten tweede vergelijk ik mezelf te veel met de knappe dames die meespelen in de films (vertaling voor de onoplettende lezer: jaloers ben op de knappe dames). Aan dat eerste kan ik niet zo veel doen, maar aan dat tweede wel… toch? Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan
Het probleem is denk ik dat jaloezie een eigenschap is. Jaloezie is niet iets waar je actief mee bezig bent, jaloezie is niet iets wat je ‘doet’. Je kan makkelijker ophouden met slechte dingen die je DOET (bv. roddelen) dan met slechte eigenschappen ‘te zijn’. Want hoe doe je dat?
Tomatenplant
Oké, even tussendoor iets heel anders. Stel, je bent in de tuin en je zaait zaadjes waaruit tomatenplanten zullen groeien. Ben jij dan degene die er uiteindelijk voor zorgt dat er uit de zaadjes tomatenplanten groeien? Nee: je kan er zelf niet voor zorgen dat er uit de zaadjes tomatenplanten groeien, dat is een natuurproces. Maar je hebt wel invloed de kans dat er uit de zaadjes tomatenplanten groeien. Je kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat de zaadjes voldoende water krijgen, wat het groeiproces zal bevorderen.
Terug naar de slechte eigenschappen. Het antwoord op de vraag: ‘Hoe kunnen we onze slechte eigenschappen veranderen?’ is eigenlijk heel deprimerend. Het gaan ons namelijk niet lukken om zelf onze slechte eigenschappen te veranderen. Wij kunnen ons ‘zijn’ niet veranderen, we kunnen alleen ons ‘doen’ veranderen. Dit geldt overigens ook voor positieve eigenschappen. Je kan bijvoorbeeld niet plots liefdevoller ‘zijn’. Je kan wel kiezen om meer liefdevolle daden voor een ander te doen, maar ben je daarmee liefdevoller? Ik kan ook voor een persoon van wie ik niet houd een liefdevolle daad doen, bv. voor die persoon de afwas doen. Maar dat wil niet zeggen dat ik na het doen van de afwas plotseling meer van die persoon hou.
Ik geloof dat ons ‘zijn’ alleen door God veranderd kan worden, maar dat we God actief een handje kunnen ‘meehelpen’ door ons ‘doen’ in de goede richting te sturen. Daarmee geven we God de ruimte om in ons te werken, maar het uiteindelijke werk moeten we aan Hem overlaten. Het is zoals het tomatenplantje: we zorgen dat het water krijgt, maar laten de rest aan de natuur over.
Voor de jaloezie betekent dit: ik verander mijn ‘doen’, maar laat de rest aan God over. Als ik weer eens jaloers ben geef ik God mijn jaloezie (“Vader, ik geef U mijn jaloezie) en bedank ik Hem voor hoe hij de ander én mezelf prachtig heeft gemaakt. Maar ik hou op met het proberen om ‘niet-jaloers-te-zijn’. Dat lukt me toch niet. Zelfs mijn ‘doen’ veranderen lukt me niet altijd. Maar God verandert mijn slechte eigenschappen wel, zeker als ik in mijn ‘doen’ laat zien dat ik dat graag wil maar ook als het me dat in mijn imperfectie niet altijd lukt. Eigenlijk heel relaxt!
Dan nog één ding over de James Bond dames: die moeten ook stikjaloers geweest zijn op elkaar, want James gaat telkens weer met een ander. Ik stel voor dat James in de volgende film gewoon met één van de dames trouwt, dat leidt hopelijk tot veel minder jaloezie. Tja, en het zou ook het eerste probleem dat ik aan het begin van deze blog over de James Bond film beschreef oplossen.
Liefs!
Sanne